Vraag 2
Let op! Omdat er op de horizontale as 1/T staat, hoort lijnstuk b bij lage temperaturen en lijnstuk a bij hoge temperaturen.
Bij lijnstuk b is de temperatuur dus relatief laag en blijft het aantal geleidingselektronen n quasi constant.
Bij die temperatuur heeft elk donoratoom reeds een vrij elektron afgegeven.
Het aantal intrinsieke geleidingselektronen (die horen bij het siliciumrooster met elektron-holteparen) neemt toe bij stijgende temperatuur maar is veel kleiner dan het aantal geleidingselektronen afkomstig van de donoratomen.
De geleiding bij deze temperaturen gebeurt voornamelijk door de geleidingselektronen afkomstig van de donoratomen zodat de stijging van de intrinsieke geleidingselektronen nauwelijks merkbaar is.
Bij lijnstuk a is de temperatuur relatief hoog en neemt het aantal geleidingselektronen sterk toe bij stijgende temperatuur.
Ook bij deze temperatuur heeft elk donoratoom reeds een vrij elektron afgegeven.
De sterkte toename is te verklaren doordat het aantal intrinsieke geleidingselektronen veel groter is geworden dan het aantal geleidingselektronen afkomstig van de donoratomen.
De geleiding bij deze temperaturen gebeurt voornamelijk door de intrinsieke geleidingselektronen.
-
This reply was modified 2 months, 2 weeks ago by
Dirk Geeroms.
-
This reply was modified 2 months, 2 weeks ago by
Dirk Geeroms.